menu

Duurzaamheid is beter voor milieu, maar ook voor webshop

Bezorgbusjes die af en aan rijden, veel retourzendingen, afval en overtollig verpakkingsmateriaal. Hoe vervuilend zijn webwinkels eigenlijk, en wat kunnen we eraan doen?

Terwijl de ecommerce blijft groeien – het aantal webwinkels is tussen 2007 en 2017 bijna verdubbeld en zo’n negen op de tien Nederlanders deed het afgelopen jaar minstens één online aankoop – groeit ook het bewustzijn van haar ecologische voetafdruk. Duurzaamheid staat hoger op de agenda. Dat is niet zo gek, want naast een negatief effect op het milieu word je als webwinkel hierop afgerekend door klanten die steeds milieubewuster winkelen. Daarnaast is een duurzame werkwijze vaak ook efficiënter en goedkoper.

18 van 20 webshops scoort onvoldoende op duurzaamheid

Er is in ieder geval nog genoeg te winnen op dit gebied. Van de twintig webwinkels die Rank a Brand in 2016 onderzocht, kregen er achttien het laagst mogelijke E-label. Spelers werden onder meer beoordeeld op CO₂-uitstoot en het hergebruik van materialen. Zo scoorde Bol.com als een van de weinigen een D-label door recyclebare FSC-verpakkingen te gebruiken.

Al doet de fysieke winkel het volgens critici niet veel beter, het is belangrijk om een stap in de juiste richting te zetten. Want we hebben impact: alleen al in het eerste halfjaar van 2018 werden ruim 105 miljoen online bestellingen gedaan. Het aantal online aankopen blijft de laatste jaren toenemen, en daarmee helaas ook haar weerslag op het klimaat.

Kritische klanten

Producten weggooien of te grote verpakkingen gebruiken is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor het imago van je bedrijf. Consumenten zijn namelijk steeds milieubewuster. Als een klant een plastic of te grote verpakking ontvangt, bestelt die misschien niet nog een keer bij jouw webshop. In een onderzoek naar Engelse shoppers zei 42 procent actie te ondernemen na het ontvangen van overtollig of niet-duurzaam verpakkingsmateriaal, zoals door het achterlaten van een negatieve recensie of zich negatief uit te laten in de vriendenkring. Daarbij zou 15 procent niet nog een keer bij die webshop winkelen.

In eigen land zegt maar liefst 46 procent van de Nederlanders duurzaamheid belangrijk te vinden tijdens het winkelen. Voor de energie-, witgoed- en foodbranche ligt dit cijfer zelfs op 60 procent. Hoewel een aanzienlijk deel, te weten 36 procent, ook bereid is hier extra voor te betalen, zal dit een groot gedeelte van het publiek nog afschrikken. Maar gelukkig hoeven duurzame oplossingen niet per definitie duur te zijn.

Verpakking op maat

Laten we bij het begin beginnen: de verpakking. Een eerste stap is geen plastic verpakking te gebruiken, maar een kartonnen doos. Karton is namelijk makkelijk te recyclen, zeker als je er zo weinig mogelijk inkt op laat drukken. Echter is de grootte van het pakje het voornaamste probleem: veel producten worden in te grote dozen verstuurd, waardoor de lege ruimte gevuld moet worden met (al dan niet plastic) opvulmateriaal. Daarnaast kunnen er minder dozen met de bestelbus mee als deze groter dan nodig zijn.

Zorg dus dat je verschillende formaten hanteert voor verschillende producten. Diverse fulfilmentorganisaties en retailers, waaronder Coolblue, produceren verpakkingen op basis van de inhoud met een speciale inpakmachine. Het voordeel is dat de inhoud bij een compacte verpakking onmogelijk gaat schuiven, en zo minder snel beschadigd kan raken tijdens het verzendproces. Overweeg ook om verpakkingen te hergebruiken. Zo is Thuiswinkel in samenwerking met leden een test gestart om verpakkingen vaker dan maximaal één – of bij retour twee keer – te gebruiken, om zo de hoeveelheid afval te reduceren.

Pick-up-point versus drop-off-point

Een journalist van de Zwitserse krant Le Temps concludeerde dat Zalando in Zwitserland gemiddeld 41.643 pakketten op een dag verstuurt. Daarmee zou het bedrijf 14.288 ton aan CO₂ uitstoten – dat is evenveel als de totale uitstoot van het openbaar vervoer in de stad Lausanne gedurende dezelfde periode. Dat pakketjes bezorgen vervuilend is, is natuurlijk niks nieuws. Maar er zijn manieren om dit ten minste voor een deel te beperken, die ook nog eens kostenbesparing en tijdswinst kunnen opleveren.

Adviesbureau EY vergeleek verschillende bezorgmethoden, waaronder de traditionele fysieke winkel, bezorging aan huis, pick-up-points en drop-off-points. Verbazingwekkend genoeg bleek pick-up-pointbezorging naast de fysieke winkelstraat het meest schadelijk. Om het product op te halen, pakken consumenten namelijk vaak alsnog de auto. In plaats daarvan is een drop-off-point de meest duurzame keuze. Daar bezorgt een busje het pakket bij een wijkpunt, waarna een fietskoerier het naar de klant toe brengt.

Elektrisch of op de fiets

Je kunt uitstoot ook verminderen door elektrische bestelbussen in te zetten of voor kleine afstanden fietskoeriers te gebruiken. Zo staat online supermarkt Picnic bekend om zijn kleine elektrische busjes, en is CoolBlue onlangs gestart met elektrische bezorgauto’s op zonne-energie. Verder werkt Wehkamp tegenwoordig met fietskoeriers in de grote steden. Niet voor niets, want de fietskoerier beweegt zich veel sneller door de drukke stad dan een grote bestelbus. Afhankelijk van je bezorglocaties, is dit voor jouw webshop misschien veel handiger, sneller en natuurlijk milieubewuster.

Tenslotte hebben beide partijen er baat bij als de klant het aflevermoment kan kiezen. Zo’n 135 duizend online bestellingen worden de eerste keer niet succesvol bezorgd. Gezien het aantal bestellingen via internet jaarlijks toeneemt, is het belangrijk dat de afleverkans (momenteel 78 procent) omhoog gaat. Door de klant een bezorgtijd te laten kiezen voorkom je dat de bezorger voor een dichte deur staat, waardoor hij de volgende dag opnieuw dezelfde rit moet maken. Ook kun je de klant ervoor laten kiezen het pakketje op het werk te laten bezorgen, bijvoorbeeld.

Retours verminderen

Retourneren is niet alleen veel werk, maar ook erg duur voor webwinkeliers. Hoewel de klant artikelen vaak gratis kan terugsturen, kost het een webshop per pakketje grofweg tussen de 10 en 15 euro. Retourpakketjes moeten opgehaald, gecontroleerd en opnieuw verpakt worden. Als ze al opnieuw in de verkoop gaan, want retourartikelen zijn vaak vies of tonen andere gebruiksschade en zijn daardoor onverkoopbaar. In plaats daarvan worden ze mogelijk in de prullenbak gegooid, of voor een schijntje opgekocht.

Het milieu betaalt ook een hoge prijs voor de vele retourzendingen. Een busje moet een extra ritje maken om geretourneerde producten op te halen en terug te brengen, bijvoorbeeld. Ook de hoeveelheid afval van onverkoopbare producten loopt hoog op. Zo kwam Amazon onlangs in opspraak door massaal retours te verbranden in Duitsland.

Hierom roept de Belgische Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) op tot een Europees verbod op gratis retours. Nederland en België zijn beide Europese koplopers in pakketjes terugsturen, met retourpercentages van respectievelijk 9 en 8 procent. Webwinkeliers hanteren bovendien een soepel retourbeleid als manier om te concurreren met andere nationale en internationale shops.

Echter kost het webshops bakken vol met geld, laat staan afval en CO₂-uitstoot. Naast betaald retourneren zijn er ook andere manieren om het aantal retourzendingen terug te dringen. Zalando werkt bijvoorbeeld met extra grote labels voor gelegenheidsjurken, om te voorkomen dat klanten die naar een feestje dragen en vervolgens weer terugsturen. Een simpele en goedkope oplossing als deze kan al een groot verschil maken.

Tags

Reacties